
“Ik heb het geld niet, een treinkaartje zit er niet in” zei H.
Hij had het inderdaad niet. Urenlang had hij zijn woning doorzocht naar geld. Maar noch zijn broekzakken, normaal een eeuwige fontein van kleingeld, noch zijn spaarbeker, noch zijn talloze lades, hadden hem meer kunnen schenken dan het fel paarse briefje van 20 euro dat al in zijn portemonnee zat.
“Ja, als je niet wilt, moet je het gewoon zeggen hoor,” dreinde B.

Volg me via ...