Er gaat geen dag voorbij of ik dank de hemel voor mijn gevoel voor de kunsten. Ik behoor niet tot het grauwe leger der talentlozen, tot de mensen die nog geen Picasso van een Klimmt kunnen onderscheiden, voor wie muziek slechts geluid is, voor wie alle kleuren hetzelfde betekenen en die nooit de compositie zullen vinden in een boek, foto of schilderij. Ik klop me niet op de borst. Ik heb immers niets voor mijn talent hoeven doen. Louter door het toeval, ik erken het volmondig, bevindt mijn erf zich aan de zonnige zijde van het immense ravijn dat mensen-zoals-ik scheidt van de talentlozen. Vervelend aan dit ravijn is alleen het metaforisch karakter ervan, dat het iets is dat weliswaar levensecht bestaat in de wereld van de geest maar daarbuiten volstrekt afwezig is. In het echt lopen mensen-zoals-ik en de talentlozen kris-kras door elkaar heen. Dat kan leiden tot vervelende situaties en ongewenste ontmoetingen. Te vaak immers bemerkt men na een onachtzame uitwisseling van wat eenvoudige woorden met een willekeurig persoon plotseling de holle ogen van de talentloosheid. Dan dient men te rekenen op een aanzienlijk verlies van tijd, om van de onvermijdelijk volgende ergernis maar niet te spreken. Het komt ook voor dat de verpakking van de talentlozen juist talent suggereren. Dan zal het als regel een langere tijd duren alvorens de talentloosheid zich in al haar brute naaktheid toont. In zulke gevallen is het tijdverlies ernstiger en kan de ergernis zelfs ondraaglijke proporties aannemen.

Ook doet zich een enkele keer de zeer ernstige situatie voor dat talentloosheid zich hult in een ronduit adembenemende verpakking. Dan lijkt het ravijn tijdelijk afwezig. Haar naam ben ik vergeten, maar haar schoonheid verhield zich dermate slecht tot de vlakheid van haar geest dat ik het laatste voor langere tijd weigerde te accepteren; het heeft zelfs een nacht van hevig vrijen gekost voor ik haar op de juiste waarde kon inschatten. Ik ontmoette haar op het terras van Gerard Schrobbeler. Hij is, zoals bekend moge worden verondersteld, de broer van Johan Schrobbeler, de man die drie jaar geleden zo terecht de prijs van de Lage Landen won voor de furieuze manier waarop hij de saxofoon speelt. Ik ken Johan heel goed en heb het vaak met hem over Gerard. Ik zat dus op zijn terras te genieten van een Rochefort 10, het bier dat ook gedronken wordt door Klaas Willemse, die flamboyante schilder die rol van het vrouwelijk naakt in de geschiedenis van de kunst probeert te duiden met vele verwijzingen naar Goya, Courbet en Magritte. Ik heb Klaas een aantal keren kunnen spreken over zijn werk. Mijn recensie in de Gezinsbode vond hij “zeer interessant.” Ik zat dus op het terras van Gerard een biertje te drinken. Even daarvoor had ik gesproken met Karel Verhoeven. Hij was bezig met een interessant project over de relatie tussen dromen en poëzie. Ik heb hem een aantal namen doorgegeven van schrijvers die met zo’n thema wel weg zouden weten. Met name Kristel Kleersen bleek hem te boeien.

Enfin. Ik zat nog wat na te mijmeren over dit gesprek toen de talentloze schone waar ik het zoeven over had zich meldde met de vraag of de stoel naast mij nog vrij was. Ik zei ja, want dat was de waarheid. Toen ik begon te vertellen over de broers Schrobbeler, Klaas Willemse, Karel Verhoeven, Kristel Kleersen en mijn vele andere interesses toonde ze zich zeer geboeid. Met haar “zo zo’s”, “oh jeetjes” en voortdurend lachen hield ze me aan de praat. Ik sprak ook nog uitvoerig over Ray Charles en ging vrij diep in op de manier waarop hij de Blues en Gospels in zijn vroege periode wist te combineren. Hoe het ook zij, we belanden in bed, haar bed. Na het vrijen vroeg ze of ik zelf ook schilderijen van Ray Charles in mijn huis had hangen. Wat zich in toen in mijn hoofd afspeelde laat zich nog het beste omschrijven met het aloude cliché: er voltrok zich een oorverdovende stilte. Ik besefte dat ik over het ravijn heen gevreeën had en viel in stilte neer op de harde ondergrond van de werkelijkheid van dat ravijn. Het spreekt voor zich dat ik daarop subiet, zonder ook maar een woord te zeggen, vertrok, dat ik haar nooit meer gebeld heb en ook nimmer een telefoontje van haar heb aangenomen. Elke keer dat ik op het terras van Gerard zit, kijk ik nog steeds om me heen om er verzekerd van te zijn dat ze er niet is, dat ik me niet hoef te schamen voor haar eventuele aanwezigheid ten overstaan van de mensen-zoals-ik. Een onverkwikkelijke situatie.

Zulke situaties zijn voor niemand goed. Ze zijn te vermijden als het onderscheid tussen mensen-zoals-ik en de talentlozen een meer herkenbare vorm krijgt. Ik sta open voor elke suggestie over deze vorm. De concrete uitwerking van zulk een maatregel boeit me in het geheel niet. Wel stel ik het op prijs om helder en klaar te melden dat de roep om zulk een maatregel geen minachting voor de talentloze inhoudt. Ik beschouw hen, in alle oprechtheid, als gelijkwaardig aan ons. Ook zij hebben immers een belangrijke rol te spelen in de keten van-alles-wat-er-is-en-komen-gaat. Ons voedsel moet uit de grond gehaald worden, allerhande nuttige zaken zoals kwasten en saxofoons moeten in elkaar gezet worden en ook voor boeken moeten magazijnen gebouwd worden. Uiterst zinvolle werkjes voor een talentloze. Het gaat overigens niet alleen om eenvoudige taken. Ook het bestuur van een fabriek of land kan goed door een talentloze verzorgd worden. De zwaarte van die taak maakt hen zelfs bij uitstek geschikt voor de uitvoering ervan, domweg omdat deze er geen rijk intern leven voor hoeft op te offeren. Of ze nu een land besturen of luisteren naar Ray Charles, het is voor een talentloze om het even, voor hen verstrijkt slechts de tijd. Dat de talentlozen beter tot hun recht komen in het werken en dat mensen-zoals-ik vooral schitteren in het ervaren, is voor sommigen maar een lastig te verteren bewering. Toch is het een correcte verwoording van het onloochenbaar feit dat er in de gelijkwaardigheid van mensen verschillen van grote importantie waar te nemen zijn. Wat zeg ik? Van existentiële importantie! Maar aan de gelijkwaardigheid van talentlozen en mensen-zoals-ik doet dat niets af. Voor talentloosheid hoeft niemand zich te schamen en dus is er geen reden het te verbergen.

Ik pleit derhalve slechts voor duidelijkheid en daarmee, in deze context, voor de herkenbaarheid van de talentloosheid. Het aantal onverkwikkelijke situaties zal dalen en het tijdverlies als gevolg van zinlose gesprekken zal afnemen. Ik heb met mijn openheid slechts deze twee effecten nagestreefd.

Delen op ...
  • Print
  • Digg
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Yahoo! Buzz
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • NuJIJ
  • Add to favorites
  • Current
  • eKudos
  • Hyves
  • MySpace
  • Orkut
  • RSS
  • Technorati

Verwante Trillingen:

  1. De dokter Wat doet een man die ziek is en niet meer ter zake doet? Die gaat naar de dokter. "Dag dokter." "Dag jongen, wat wil je me vertellen?" "Ik heb bloed in mijn ontlasting," zei hij. Hij had het zinnetje wel 30 keer geoefend. "Das heel naar voor je," zei ze. Ze zette haar liefste ogen...
  2. Slaap Het is vier uur in de ochtend en ik ben mijn slaap kwijt. Vanmorgen toen ik deur uitging zat hij nog in mijn voeten. Hij was zo zwaar dat ik me alleen slepend kon voortbewegen. Mijn slaap verstopt zich soms in mijn lichaam. Op andere dagen trekt hij zich terug in mijn oren en hoor...

 Leave a Reply

(verplicht)

(√)

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

   

Tag Cloud

aandacht Achilles afwijzing agressie Alabama alleen archimedes architectuur aristoteles armoe auto Barack Obama Barry Smit Beatrix bed begin bellen Ben berg Bernie Sanders beweging bierflesje bingo bloed boek bos Brahma brein camping centrum chaolutie Charles Darwin cola controle Copernicus daf Dalila denken depressie deskundologie Dimitri Verhulst dochter dokter dorp droom dualisme eb economie Edinburgh EHEC eiland eind Elea elite Empedocles epibreren etmaal fabriek filibuster formulieren G.J.E. Rutten gat geenstijliseren Geert Wilders geest geheugen geld geloof Gerard gif glas god Godfried Bomans godverdomse Gottfried Wilhelm von Leibniz Griekenland Groningen haar hangman paradox heden hema hemel hersenen hoofd hoofdpijn horizon huid huis huwelijk hyperbool hypoboolm eufemisme identiteit inburgeren informatie informatiefundamentalisme intelligent interessant Iowa iphone Isaac Newton Jan-Dirk van der Burg jargon Julia Fullerton Julian Assance Kakudmi Koningin Juliana kuieren kunst Leo lezen liefde linkse kerk lopen loterij Ludwig Boltzmann Maarten 't Hart macht management Mark Boog mediteren minkukel multitasking muur van Hadrianus muziek mysterie natuur natuurkunde neuken Nevada Newcastle nieuwe wereld nothing gained nychtemeron oeps olifantenpaadjes Olivier B. Bommel onderdrijving oneindigheid ontevreden opa orde orgasme oude wereld overdrijving palinectomie palingen paradox parallelle werelden passiogram Pat Donnez pookje priester prinses psychomythologie publiceren recensie reintegratie relativiteitstheorie Renate Rubinstein respect Revati richting van de tijd rivier Roger Penrose Rommeldam rots Rudy Kousbroek ruimte rustbrein Samson Samuel Clarke Sarah Palin schepping scherm schildpad schoonheid schrijven sculptaal secularisering senaat Simon Carmiggelt slaap Slauerhoff snor sofprijs spelen sport sportelen stad stappenplan stippellijntjes Strauss-Kahn taal taugé Tenerife terrorisme thermodynamica tijd tijdreizen tijdschrift Tilburg toekomst toen Tom Poes touw uitburgeren Vasalis veerboot verandering verdriet vergissing verhuizen verleden verrassing vertrek voetbal vriend vrije wil waanzin wanorde water wegzetten weten wetenschap wetten Willem Elsschot wiskunde witte schimmel woordenmarkt zee zelfmoord Zeno zoenen zwart
© 2011 Trillingen Suffusion theme by Sayontan Sinha